ECLI:NL:GHLEE:2003:AM7760
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Meer
- Rechtspraak.nl
Toekenning energiepremie voor energiebesparende voorziening aan recreatiewoning
De belanghebbende bracht een energiebesparende voorziening aan in zijn recreatiewoning en vroeg op 17 januari 2002 bij het energiebedrijf om toekenning van energiepremie. Dit verzoek werd afgewezen omdat de woning niet bestemd zou zijn voor permanente bewoning. De belanghebbende wendde zich vervolgens tot de inspecteur, die het verzoek eveneens afwees. Na bezwaar handhaafde de inspecteur zijn beslissing. Hiertegen kwam de belanghebbende in beroep bij het gerechtshof.
Tijdens de procedure stond vast dat de energiebesparende voorziening was aangebracht en dat het energiebedrijf aardgas leverde aan de recreatiewoning. Het geschil betrof de vraag of een woning die niet permanent bewoond mag worden, recht geeft op energiepremie. Het hof oordeelde dat noch de Wet belastingen op milieugrondslag, noch de daarop gebaseerde uitvoeringsregeling, een eis van permanente bewoning stelt voor toekenning van de premie.
Het hof verwierp het standpunt van de inspecteur dat alleen woningen bestemd voor permanente bewoning in aanmerking komen. Ook de wetsgeschiedenis en aanvullende voorwaarden van energiebedrijven kunnen geen inhoudelijke beperkingen opleggen. Het hof concludeerde dat de belanghebbende recht heeft op de premie van € 291,-- en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de energiepremie van € 291,-- wordt toegekend aan de belanghebbende.