ECLI:NL:GHLEE:2003:AM1849

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
1 oktober 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 03-00694
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
  • Poelman
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep WAHV wegens ontbreken ondertekening

De betrokkene had een beroepschrift ingediend tegen een beslissing van de officier van justitie, maar dit beroepschrift was niet ondertekend. De kantonrechter verklaarde het beroep daarop niet-ontvankelijk, ondanks dat de betrokkene had gesteld het beroepschrift alsnog te hebben ondertekend en ingediend.

Het hof overweegt dat volgens het systeem van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) de ontvankelijkheid van het beroep mede op de zitting beoordeeld moet worden, tenzij het gaat om het niet tijdig stellen van zekerheid. De kantonrechter had het beroep daarom ter zitting moeten behandelen.

Omdat het ondertekende beroepschrift niet was ontvangen en de betrokkene het niet persoonlijk aan de balie had afgegeven of aangetekend had verzonden, komt het risico daarvan voor zijn rekening. Desondanks is het niet-ontvankelijk verklaren zonder zitting onjuist.

Het hof vernietigt daarom de beslissing van de kantonrechter en wijst de zaak terug naar de rechtbank te 's-Hertogenbosch voor behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.

De uitspraak is gewezen door de rechters Dijkstra, Poelman en Van Dijk en uitgesproken in openbare zitting.

Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.

Uitspraak

WAHV 03/00694
1 oktober 2003
CJIB 59054565051
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te 's-Hertogenbosch
van 6 juni 2003
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. De kantonrechter heeft beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat de betrokkene het beroepschrift niet heeft ondertekend en dit verzuim ook niet heeft hersteld, nadat de betrokkene daartoe bij brief van 12 mei 2003 in de gelegenheid is gesteld.
3.2. De betrokkene voert aan, dat hij het beroepschrift alsnog heeft ondertekend en persoonlijk binnen veertien dagen op de Leeghwaterlaan, dit is het adres van de rechtbank 's-Hertogenbosch, in de brievenbus heeft gedaan. Volgens de betrokkene heeft hij het ondertekende beroepschrift in dezelfde brievenbus gedeponeerd als het niet-ondertekende beroepschrift. De betrokkene wijst hierbij erop dat hij bij de eerste indiening van het beroepschrift van de portiers door gekregen heeft dat hij het beroepschrift in die brievenbus kon doen.
3.3. In aanmerking genomen dat de kantonrechter het ondertekende beroepschrift niet heeft ontvangen en dat de betrokkene er niet voor heeft gekozen om het beroepschrift persoonlijk aan de balie van het justitiegebouw te 's-Hertogenbosch af te geven of om het ondertekende beroepschrift aangetekend te verzenden, dient het voor zijn rekening en risico te komen, dat de kantonrechter dit niet heeft ontvangen.
3.4. De advocaat-generaal heeft erop gewezen, dat het beroep ten onrechte door de kantonrechter niet ter zitting is behandeld.
3.5. In zijn arrest van 3 maart 1992 (VR 1992/68) heeft de Hoge Raad overwogen, dat uit het systeem van de WAHV volgt dat de ontvankelijkheid van het beroep bij de kantonrechter mede naar aanleiding van een onderzoek op de zitting moet worden beoordeeld, behalve indien de niet-ontvankelijkheid voortvloeit uit het niet tijdig stellen van zekerheid.
3.6. Gelet op dit arrest, alsmede in aanmerking genomen, dat de betrokkene door het ondertekenen van het beroepschrift ter zitting van de kantonrechter het beroepschrift alsnog voor zijn rekening kan nemen, heeft de kantonrechter ten onrechte het beroep niet ter zitting behandeld. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook vernietigen en de zaak terugwijzen naar de kantonrechter van de rechtbank te 's-Hertogenbosch.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank te
's-Hertogenbosch ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Poelman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.