ECLI:NL:GHLEE:2003:AM1821
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Poelman
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verzet tegen dwangbevel verkeersboete
De betrokkene werd geconfronteerd met een dwangbevel uitgevaardigd door de officier van justitie. Tegen dit dwangbevel werd verzet aangetekend, maar de kantonrechter verklaarde dit verzet niet-ontvankelijk omdat het niet tijdig was ingediend bij de bevoegde rechter.
In hoger beroep oordeelt het hof dat het verzetschrift, hoewel ingediend bij het CJIB, als tijdig moet worden beschouwd omdat het CJIB het verzetschrift had moeten doorzenden aan de bevoegde kantonrechter. Het hof baseert zich hierbij op de doorzendplicht uit art. 6:15 Awb Pro en de procedurele bepalingen uit de WAHV.
Daarnaast constateert het hof dat het verzet niet binnen de vereiste termijn door de rechter is behandeld, waardoor de termijn van 18 maanden voor onherroepelijke beslissing is overschreden. Dit leidt tot schending van beginselen van behoorlijk bestuur en procesorde.
Het hof vernietigt daarom de beschikking van de kantonrechter, verklaart het verzet gegrond en gelast restitutie van het betaalde bedrag en griffierechten aan de betrokkene.
Uitkomst: Het verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel wordt gegrond verklaard en het betaalde bedrag wordt gerestitueerd.