ECLI:NL:GHLEE:2003:AK4467
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- prof. mr. Aardema
- mr. Drion
- mr. Huiskes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verontreinigingsheffing op basis van vervuilingseenheden voor woonruimte
Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van een pand dat als woonruimte wordt aangemerkt en waaruit stoffen in het oppervlaktewater kunnen worden gebracht. De heffingsambtenaar stelde de aanslag verontreinigingsheffing vast op basis van drie vervuilingseenheden, terwijl belanghebbende betoogde dat dit op één vervuilingseenheid had moeten worden gebaseerd.
Het geschil spitst zich toe op de uitleg van artikel 16, lid 1, van de Verordening Waterkwaliteit van het waterschap Noorderzijlvest, waarin is bepaald dat een woonruimte die door meer dan één persoon wordt gebruikt, wordt gewaardeerd op drie vervuilingseenheden. Het hof overweegt dat dit forfaitaire systeem, hoewel ruw, is gegrond op de wettelijke bepaling in artikel 21, lid 1, van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren en niet onredelijk of willekeurig is.
Belanghebbendes verwijzing naar andere benaderingen door andere instanties leidt niet tot een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling, aangezien het waterschap vrij is een eigen regeling te hanteren binnen de wettelijke kaders. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Tevens is een toezegging gedaan dat, indien belanghebbende gelijk zou krijgen, de aanslag over 2001 zal worden aangepast.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag verontreinigingsheffing wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gebaseerd op drie vervuilingseenheden gehandhaafd.