ECLI:NL:GHLEE:2003:AI1277
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Knijp
- De Bock
- Jongbloed
- Mollema
- Rechtspraak.nl
Vordering tot afbraak poort en schutting tussen buren afgewezen in hoger beroep
In deze zaak zijn twee buren betrokken bij een geschil over een poort en een schutting op hun percelen. De geïntimeerde bouwde in 2001 een poort van 2,40 meter hoog bij zijn woning, waarvoor een bouwvergunning was verleend. De appellante, die uitzicht verloor door deze poort, stelde dat de bouw in strijd was met het bestemmingsplan en de bouwverordening. Zij diende buiten de termijn een bezwaarschrift in tegen de vergunning, dat niet-ontvankelijk werd verklaard. Vervolgens verzocht zij het college van burgemeester en wethouders (B&W) om handhavend op te treden, maar dit verzoek werd afgewezen.
De appellante vorderde in conventie dat de poort moest worden afgebroken, terwijl de geïntimeerde in reconventie eiste dat de appellante een schutting op zijn perceel zou verwijderen. De rechtbank wees de vordering tot afbraak van de poort af en gaf de reconventionele vordering deels toe. In hoger beroep bevestigde het hof de rechtmatigheid van de bouwvergunning en oordeelde dat de civiele rechter deze niet kan toetsen. Ook werden de grieven van appellante verworpen, waaronder het beroep op onrechtmatige hinder en verjaring.
Het hof stelde vast dat de verjaring van het recht op verwijdering van de schutting was onderbroken doordat appellante de schutting had afgebroken en opnieuw had geplaatst. Hierdoor kon de geïntimeerde nog steeds verwijdering vorderen. De grieven faalden derhalve en het hof bekrachtigde de vonnissen van de rechtbank. Appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot afbraak van de poort en verwijdering van de schutting wordt afgewezen en de vonnissen van de rechtbank worden bekrachtigd.