ECLI:NL:GHLEE:2003:AI1013
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.W. Drion
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke geschil over WOZ-waardering van woning per 1 januari 1999
Belanghebbende betwistte de WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 1999, vastgesteld op €209.192, omdat volgens hem onvoldoende rekening was gehouden met de ligging temidden van huurwoningen en de veranderde bewonerssamenstelling. Hij voerde aan dat dit een waardedrukkend effect zou hebben en stelde dat de gebruikte vergelijkingsobjecten wisselden.
De heffingsambtenaar verweerde zich met een taxatierapport waarin de waarde was vastgesteld via een vergelijkingsmethode met referentiewoningen, waarin relevante verschillen zoals bruto-inhoud, perceelsgrootte en bouwjaar waren verwerkt. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan en dat de vergelijkingsobjecten een redelijke afspiegeling van de markt vormden.
Het hof achtte het waardedrukkende effect van de nabijheid van huurwoningen niet zodanig dat een lagere WOZ-waarde gerechtvaardigd was en wees op een vergelijkbare woning nabij huurwoningen met een vergelijkbare waarde. De door belanghebbende overgelegde foto's boden geen aanleiding tot een andere waardering.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de waarde van de woning zoals vastgesteld door de heffingsambtenaar.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €209.192 per 1 januari 1999 wordt ongegrond verklaard.