ECLI:NL:GHLEE:2003:AI0842
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- prof. mr. Aardema
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over verontreinigingsheffing en gebruikerschap bedrijfsruimte
Belanghebbende is aangeslagen voor verontreinigingsheffing over het jaar 2000 voor een onroerende zaak aan de a-straat 26 te Leeuwarden, die als bedrijfsruimte werd aangemerkt. Belanghebbende gaf deze zaak om niet in gebruik aan zijn dochter, die kamers verhuurde aan derden zonder zelfstandige voorzieningen.
Het geschil betrof de vraag of de onroerende zaak een bedrijfsruimte is en wie als gebruiker moet worden beschouwd. Het hof oordeelde dat de onroerende zaak inderdaad een bedrijfsruimte is, omdat de verhuurde kamers niet over zelfstandige voorzieningen beschikken en dus geen zelfstandige woonruimten vormen.
Verder stelde het hof vast dat niet belanghebbende, maar zijn dochter als gebruiker van de onroerende zaak moet worden aangemerkt. Dit leidde tot vernietiging van de aanslag en de uitspraak van de ambtenaar. Het hof wees het verzoek om ook aanslagen over 2001 en 2002 mee te nemen af, omdat het beroep alleen over 2000 ging.
De proceskostenveroordeling werd afgewezen omdat de gevorderde kosten niet binnen het toepasselijke besluit vielen. De uitspraak werd openbaar gedaan en schriftelijk bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag verontreinigingsheffing 2000 wordt vernietigd omdat niet belanghebbende maar zijn dochter als gebruiker moet worden aangemerkt.