ECLI:NL:GHLEE:2003:AI0505

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
21 mei 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 03-00228
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
  • Van Dijk
  • Poelman
  • Weenink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13a WAHVArt. 14 WAHVArt. 6 EVRMArt. 13 EVRMArt. 2, eerste lid, zevende protocol EVRM
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling proceskostenveroordeling en appelverbod bij administratieve sanctie verkeersvoorschriften

De betrokkene was administratief gesanctioneerd voor het overschrijden van de maximumsnelheid op de Rijksweg A9 met een boete van €27,23. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en legde een proceskostenveroordeling van €25 op aan de betrokkene.

De betrokkene stelde dat de proceskostenveroordeling en het appelverbod in strijd waren met artikel 6 EVRM Pro, omdat dit de vrije toegang tot de rechter zou belemmeren. Het hof oordeelde dat artikel 13a WAHV, dat proceskostenveroordelingen mogelijk maakt bij kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht, geen ontoelaatbare beperking vormt van het recht op toegang tot de rechter.

Verder bevestigde het hof dat het appelverbod van artikel 14 WAHV Pro niet doorbroken kan worden bij sancties onder €70, tenzij fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging worden geschonden, wat hier niet het geval was. Het hoger beroep werd daarom verworpen.

Uitkomst: Het hoger beroep werd verworpen en de proceskostenveroordeling van €25 bevestigd.

Uitspraak

WAHV 03/00228
21 mei 2003
CJIB 39045442632
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Haarlem
van 8 januari 2003
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Haarlem ongegrond verklaard. Voorts heeft de kantonrechter de betrokkene veroordeeld in de kosten als bedoeld in art. 13a van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, ten behoeve van de officier van justitie, tot een bedrag van €Euro 25,--. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen (gedragsregel); tot en met 10 km per uur", welke gedraging zou zijn verricht op 17 juli 2001 te 14.13 uur op de Rijksweg A9 Westbaan in de gemeente Uitgeest. De opgelegde sanctie bedraagt fl 60,-- (Euro€ 27,23).
3.2. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV Pro kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan Euro€ 70,--, of indien de betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt ƒ 60,-- (€ Euro 27,23).
3.3. De betrokkene voert aan dat in het bepaalde in art. 6 EVRM Pro, art. 13 EVRM Pro en art. 2, eerste lid van het zevende protocol bij het EVRM grond kan worden gevonden het appelverbod te doorbreken en hem in zijn hoger beroep te ontvangen nu de kantonrechter naast de ongegrondverklaring van zijn beroep tevens een kostenveroordeling te zijnen laste heeft uitgeproken. Het dreigen met of het opleggen van een proceskostenveroordeling is volgens de betrokkene een belemmering in de vrije toegang tot de rechter zodat dit strijd met het bepaalde in art. 6 EVRM Pro oplevert.
3.4. Het hof is van oordeel dat, wanneer een beroep wordt gedaan op schending van zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling en dit beroep gegrond moet worden geacht, doorbreking van het appelverbod van art. 14, eerste lid , WAHV gewettigd is.
3.5. Het hof overweegt in dit verband het volgende. De wet voorziet in art. 13a WAHV in de bevoegdheid van de kantonrechter een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij het kantongerecht redelijkerwijs heeft moeten maken. De derde volzin van het eerste lid van die bepaling houdt in, dat een natuurlijke persoon slechts in de kosten kan worden veroordeeld in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Deze regeling kan naar het oordeel van het hof niet worden opgevat als een ontoelaatbare beperking van het in art. 6 EVRM Pro gegarandeerde recht op toegang tot een onafhankelijke rechterlijke instantie. Ook overigens is naar het oordeel van het hof geen sprake van schending van op grond van internationale verdragen bestaande rechten. De omstandigheid dat de betrokkene het niet eens is met de proceskostenveroordeling te zijnen laste maakt dit niet anders.
3.6. Het hof is van oordeel dat de kantonrechter niet zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging heeft geschonden dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling, noch dat hij getreden zou zijn buiten het toepassingsgebied van art. 13 WAHV Pro. Voor doorbreking van het appelverbod van art. 14, eerste lid WAHV is derhalve geen plaats.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verwerpt het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs. Van Dijk, Poelman en Weenink, in tegenwoordigheid van Meester als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.