ECLI:NL:GHLEE:2003:AI0415
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Kuiper
- Wiggers-Rust
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep op beslaglegging en vordering loonvergoeding tussen partijen
In deze zaak staat een geschil centraal over de beslaglegging door geïntimeerde op gelden van appellanten en de vordering tot loonbetaling voor verrichte werkzaamheden. In eerste aanleg wees de voorzieningenrechter het verzoek van appellanten tot opheffing van het beslag af. Appellanten gingen in hoger beroep tegen dit vonnis.
Het hof oordeelt dat het bedrag waarvoor beslag is gelegd niet in redelijke verhouding staat tot hetgeen geïntimeerde naar voorlopig oordeel kan vorderen. Het bestaan van een arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht met recht op het gevorderde bedrag is onvoldoende aannemelijk gemaakt. De verklaringen van getuigen worden vanwege belangenverstrengeling en gebrek aan eigen wetenschap niet meegewogen.
Het hof vernietigt het kort gedingvonnis en wijst het verzoek van appellanten toe voor zover het ziet op de opheffing van het eigenbeslag van geïntimeerde en de terugbetaling van het beslagbedrag met rente. De overige vorderingen worden afgewezen. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof heft het eigenbeslag van geïntimeerde op en veroordeelt tot terugbetaling van het beslagbedrag met rente, wijst overige vorderingen af.