ECLI:NL:GHLEE:2003:AH8919
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Pruiksma
- Drion
- Fransen
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering keuzeherziening en waardering woongedeelte bij landbouwvrijstelling
Belanghebbende, die samen met zijn echtgenote een agrarische onderneming drijft, had bezwaar gemaakt tegen een aanslag inkomstenbelasting 2000 waarin de inspecteur weigerde om ondergrond en tuin van het woongedeelte los van het woongedeelte zelf naar privé over te brengen. Belanghebbende wilde per 26 juni 2000 een keuzeherziening toepassen onder het oude fiscale regime, terwijl de inspecteur vasthield aan het nieuwe regime vanaf 27 juni 2000.
Het geschil spitste zich toe op drie hoofdvragen: onder welk wetsartikel de heretikettering valt, of ondergrond en erf los van het woongedeelte naar privé kunnen worden overgebracht, en welke waardedrukkende factor voor voortgezette eigen bewoning moet worden toegepast. Belanghebbende stelde dat een aparte fiscale behandeling van ondergrond en tuin gerechtvaardigd was en dat een hogere waardedrukfactor (40% of meer) moest gelden.
Het hof oordeelde dat de keuzeherziening onder het nieuwe regime van 27 juni 2000 valt, dat ondergrond en erf onlosmakelijk verbonden zijn met het woongedeelte en dus niet los kunnen worden overgebracht, en dat de waardedrukfactor van 20% door de inspecteur terecht is toegepast. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
De proceskosten werden niet aan belanghebbende opgelegd. De uitspraak volgt op een eerdere uitspraak in een verwante zaak (BK 1668/02) waarin het hof ook het beroep van belanghebbende verwierp.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2000 gehandhaafd.