ECLI:NL:GHLEE:2003:AH8690
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.H.A. Fransen
- H.S. Pruiksma
- F.J.W. Drion
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verkrijgingsprijs aandelen met beoordeling goodwill en latente belastingschuld
Belanghebbende betwistte de door de inspecteur vastgestelde verkrijgingsprijs van haar aandelen in A B.V., met name de hoogte van de goodwill en de omvang van de latente belastingschuld. De inspecteur had de goodwill vastgesteld op 500.000 gulden per 1 januari 1999, waarbij 250.000 gulden aan belanghebbende werd toegerekend, en de verkrijgingsprijs op 436.000 gulden.
Het hof oordeelde dat de door de inspecteur gehanteerde methode voor het bepalen van de te verwachten winst en de daarbij gebruikte vermenigvuldigingsfactor van 2 passend was. Het hof vond dat belanghebbende te veel uitging van onzekere toekomstige factoren en dat een vergelijking met andere autobedrijven niet relevant was. Ook de rente op eigen vermogen en de arbeidsbeloning werden als redelijk beoordeeld.
Verder stelde het hof dat de vennootschapsbelasting niet in mindering gebracht diende te worden op de goodwill, waardoor de goodwill op 410.546 gulden werd vastgesteld. De latente belastingschuld werd vastgesteld op 20% van de goodwill en de boekwinst van materiële activa, wat het hof passend vond.
Uiteindelijk bevestigde het hof de door de inspecteur vastgestelde verkrijgingsprijs van de aandelen en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de beschikking van de inspecteur bevestigd.