ECLI:NL:GHLEE:2003:AH8688
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.H.A. Fransen
- H.S. Pruiksma
- F.J.W. Drion
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling verkrijgingsprijs aandelen en goodwill in autobedrijf
Belanghebbende betwistte de door de inspecteur vastgestelde verkrijgingsprijs van zijn aandelen in een besloten vennootschap, waarbij de hoogte van de goodwill en de latente belastingschuld centraal stonden. De inspecteur had de goodwill vastgesteld op f 500.000,- per 1 januari 1999, waarbij belanghebbende's aandeel op f 250.000,- werd gesteld. Na bezwaar handhaafde de inspecteur deze vaststelling.
Het hof overwoog dat de inspecteur bij de bepaling van de goodwill was uitgegaan van een redelijke en passende maatstaf, gebaseerd op de behaalde winst over 1998, een vermenigvuldigingsfactor van 2, en een passende arbeidsbeloning. Belanghebbende ging volgens het hof te veel uit van onzekere toekomstige factoren en maakte onjuiste vergelijkingen met andere autobedrijven.
Verder wees het hof het standpunt van de inspecteur af dat vennootschapsbelasting in mindering moest worden gebracht bij de goodwillbepaling. De latente belastingschuld werd door het hof vastgesteld op 20% van de goodwill en de boekwinst van materiële activa. De verkrijgingsprijs werd uiteindelijk vastgesteld op f 404.881,-.
Het hof concludeerde dat de door de inspecteur gehanteerde goodwill niet te laag was en dat er geen aanleiding was de beschikking te herzien. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de vaststelling van de verkrijgingsprijs en goodwill wordt ongegrond verklaard.