ECLI:NL:GHLEE:2003:AG0150
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- prof. mr. Aardema
- Rechtspraak.nl
Belastingjaar toerekening provisie en vakantiegeld bij beëindiging dienstverband
Belanghebbende was tot 31 december 1996 in dienst bij B B.V. en had recht op provisie over verkopen en financieringsbemiddeling, alsmede vakantietoeslag en een afrekening van niet opgenomen vakantiedagen. Deze provisie werd doorgaans in het jaar volgend op het jaar van prestatie betaald.
Na beëindiging van het dienstverband ontving belanghebbende begin 1997 een bedrag van ƒ 20.696,- van B B.V., waarover partijen het eens zijn dat het belastbaar is, maar onenigheid bestaat over het jaar van toerekening: 1996 volgens belanghebbende of 1997 volgens de inspecteur.
Het hof stelt vast dat belanghebbende ultimo 1996 een in rechte vorderbaar recht op de provisie en overige vergoedingen had, en dat deze bedragen zonder vertraging door B B.V. in 1996 hadden kunnen worden betaald. Dit betekent dat het bedrag in 1996 is genoten en dus in dat jaar belast dient te worden.
Het hof verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de inspecteur, vermindert de aanslag en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De beloning van ƒ 20.696,- wordt belast in het jaar 1996 omdat het bedrag ultimo 1996 vorderbaar en inbaar was.