ECLI:NL:GHLEE:2003:AF9154

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
23 april 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 03-00104
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
  • Poelman
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 WVW 1994Art. 21 RVV1990Art. 22 RVV1990Richtlijn 92/6 EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging administratieve sanctie wegens snelheidsovertreding door autobus

Betrokkene is als kentekenhouder administratief gesanctioneerd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid op de Rijksweg A-2 met een snelheid van 96 km per uur, waar de limiet voor autobussen 80 km per uur bedraagt. Betrokkene betwistte de geldigheid van deze snelheidslimiet op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en het RVV1990, stellende dat de limiet niet aansluit bij de technische mogelijkheden van moderne autobussen en dat andere landen hogere limieten hanteren.

De verdediging voerde aan dat artikel 22 RVV1990 onverbindend is omdat het niet gebaseerd zou zijn op de wettelijke doeleinden van de Wegenverkeerswet 1994 en in strijd zou zijn met Europese richtlijnen inzake snelheidsbegrenzers. Het hof oordeelde dat de snelheidslimiet juist is gebaseerd op de wettelijke doelen van verkeersveiligheid en bescherming van weggebruikers, en dat de Europese richtlijn geen voorschriften bevat die de Nederlandse snelheidslimieten voor autobussen beperken.

Het hof concludeerde dat de kantonrechter de beslissing terecht had bevestigd en dat de administratieve sanctie van 77,14 euro rechtmatig is opgelegd. Het hoger beroep werd daarom verworpen.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de administratieve sanctie van 77,14 euro wordt bevestigd.

Uitspraak

WAHV 03/00104
23 april 2003
CJIB 49041356002
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Maastricht
van 29 oktober 2002
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [plaatsnaam]
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Maastricht ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 170,-- (Euro€ 77,14) opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen (gedragsregel); meer dan 15 km/h en t/m 20 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 4 maart 2001 op de Rijksweg A-2 Oostbaan te Beek.
3.2. De betrokkene ontkent niet dat is gereden met een (gecorrigeerde) snelheid van 96 km per uur. Zij voert echter aan, dat art. 22 RVV1990 onverbindend is voor zover daarbij de maximumsnelheid voor autobussen is gesteld op 80 km per uur. Namens haar wordt aangevoerd, dat dit artikel in zoverre niet kan zijn gebaseerd op de opsomming in art. 2 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 (WVW1994), die aangeeft waartoe de krachtens de wet vastgestelde regels kunnen strekken.
Een en ander is - kort samengevat - gestoeld op de overweging, dat de huidige generatie autobussen is geconstrueerd om te rijden met een beduidend hogere snelheid dan 80 km per uur. In ons omringende landen wordt dan ook onderscheid gemaakt tussen de maximumsnelheden voor vrachtauto's en autobussen. De autobus waarmee de gedraging is verricht is in Duitsland goedgekeurd om op Autobahnen 100 km per uur te rijden, terwijl ook in Nederland in verschillende opzichten onderscheid is gemaakt tussen vrachtauto's en autobussen, o.a. met betrekking tot de snelheidsbegrenzer (art. 5.3.15 sub 3 punt b VR), tot inhaalverboden (bord F3) en de plaats op de weg (art. 43 RVV1990).
Voorts wordt nog gerefereerd aan een rapport van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) uit 1994.
3.3. Art. 2 WVW Pro 1994 luidt voor zover hier van belang als volgt:
1. De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen strekken tot:
a. het verzekeren van de veiligheid op de weg;
b. het beschermen van weggebruikers en passagiers;
c. het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
d. het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer;
e. het waarborgen van een goede heffing en invordering van de mobiliteitstarieven, bedoeld in de Wet bereikbaarheid en mobiliteit.
2. De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen voorts strekken tot:
a. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;
b. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.
3. De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen voorts strekken tot het bevorderen van een doelmatig of zuinig energiegebruik.
(....)
3.4. Niet bestreden is, dat in het algemeen een stelsel van regels ten aanzien van maximumsnelheden de strekking heeft de in art. 2 opgesomde Pro doeleinden te dienen, in het bijzonder de in art. 2, eerste lid onder a en b vermelde doelen.
3.5. De Nota van Toelichting op de artikelen 21 en 22 van het RVV1990 houdt onder meer in: "Artikel 21 bevat Pro de hoofdregel met betrekking tot de maximumsnelheden buiten de bebouwde kom: voor motorvoertuigen op autosnelwegen 120 km per uur, op autowegen 100 km per uur en op andere wegen 80 km per uur (...).
Voor die voertuigen waarvoor die algemene maximumsnelheid niet verantwoord is, zijn in artikel 22 bijzondere Pro maxima opgenomen. Zo geldt voor vrachtauto's, autobussen en motorvoertuigen met aanhangwagen ingevolge artikel 22, onderdeel a, op alle wegen - voor zover niet ingevolge andere artikelen lagere maxima gelden - een maximumsnelheid van 80 km per uur. Het stelsel van snelheidslimieten is hiermee sterk vereenvoudigd (....)."
3.6. Niet goed valt in te zien waarom de keuze in het RVV1990 voor het daarin opgenomen stelsel van bijzondere snelheidslimieten in strijd zou zijn met de in art. 2 van Pro de WVW 1994 geformuleerde doeleinden van de krachtens de wet vastgestelde regels. Noch het feit, dat autobussen voor een hogere snelheid zijn geconstrueerd, noch de omstandigheid, dat de snelheidslimiet voor autobussen in andere landen hoger is, kan leiden tot die conclusie.
3.7. Tevens is aangevoerd, dat art. 22 RVV Pro 1990 onverbindend zou zijn wegens strijd met Richtlijn 92/6 EEG (Richtlijn 92/6/EEG van de Raad van 10 februari 1992 betreffende de installatie en het gebruik, in de Gemeenschap, van snelheidsbegrenzers in bepaalde categorieën motorvoertuigen). In het bijzonder wordt namens de betrokkene de nadruk gelegd op de omstandigheid dat uit de geschiedenis van de totstandkoming zou volgen, dat als nadere ratio van de richtlijn heeft te gelden het vrije verkeer van goederen en diensten en het tegengaan van verscherping van de controle van de maximumsnelheid, hetgeen zich niet zou verhouden met een afwijkende maximumsnelheid voor autobussen.
3.8. In aanmerking nemende, dat voormelde richtlijn geen voorschriften omtrent maximumsnelheden bevat alsmede dat noch rechtstreeks, noch op indirecte wijze ten aanzien van de maximumsnelheid op de wegen in Nederland het vrije verkeer van goederen en diensten wordt belemmerd, nu deze snelheid ook voor zover het autobussen betreft voor een ieder gelijkelijk geldt, is art. 22 RVV1990 niet in strijd met genoemde richtlijn.
3.9. De beslissing van de kantonrechter dient derhalve te worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Poelman en Van Dijk in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.