ECLI:NL:GHLEE:2003:AF8494

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
23 april 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 03-00133
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-stellen zekerheid bij bestuursstraf

Betrokkene had beroep ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een administratieve sanctie. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat betrokkene geen zekerheid had gesteld voor de betaling van de sanctie.

In hoger beroep werd aangevoerd dat de mededelingen over de zekerheidstelling niet voldeden aan wettelijke eisen, onder meer omdat de verzenddatum van de brieven ontbrak en de tweede brief te vroeg was verstuurd. Het hof oordeelde dat de eerste brief van 10 juli 2002 voldoende gelegenheid bood om alsnog zekerheid te stellen en dat de tweede brief van 31 juli 2002 niet verplicht was.

Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De overige bezwaren van betrokkene konden niet meer aan de orde komen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet stellen van zekerheid voor betaling van de administratieve sanctie.

Uitspraak

WAHV 03/00133
23 april 2003
CJIB 38920735
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage
van 16 oktober 2002
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft - nadat het hof de zaak had teruggewezen - het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
Bij brief d.d. 10 maart 2003, ingekomen ter griffie op 11 maart 2003, heeft de betrokkene het beroepschrift aangevuld met de gronden van het hoger beroep.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. In hoger beroep is niet bestreden, dat de betrokkene geen zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie. De betrokkene voert aan dat de mededelingen omtrent de zekerheidstelling niet voldoen aan de wettelijke eis dat de verzenddatum van de brieven wordt vermeld. Bovendien is de tweede mededeling verstuurd voordat de termijn, binnen welke ingevolge de eerste brief zekerheid diende te worden gesteld, afgelopen was.
3.2. Bij de stukken van het geding bevinden zich de in de bestreden beslissing bedoelde mededelingen omtrent de zekerheidstelling, te weten brieven van 10 juli 2002 en 31 juli 2002 van de griffier van de rechtbank aan de betrokkene. De brief van 10 juli 2002 geeft de betrokkene gedurende vier weken de gelegenheid alsnog te voldoen aan de verplichting tot zekerheidstelling. Reeds daarom kan niet worden gezegd, dat de brief niet voldoet aan de minimumeisen, die daaraan op grond van de wet moeten worden gesteld. De brief van 31 juli 2002 is onverplicht nu noch uit art. 6:6 Awb Pro, noch uit het arrest van het hof in deze zaak gewezen op 1 juli 2002 (WAHV 02/00155) volgt, dat - indien de betrokkene in overeenstemming met hetgeen in dat arrest is bepaald alsnog in de gelegenheid is gesteld zijn verzuim te herstellen en daaraan niet heeft voldaan - hij nogmaals daartoe zou moeten worden uitgenodigd.
3.3. Waar de brief van 10 juli 2002 ook overigens voldoet aan de daaraan te stellen eisen, heeft de kantonrechter terecht het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard. De overige, tegen oplegging van de sanctie gerichte bezwaren van de betrokkene kunnen daarom niet aan de orde komen. De beslissing van de kantonrechter zal worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.