ECLI:NL:GHLEE:2003:AF6346
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.S. Pruiksma
- M. Haarsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardebeschikking onroerende zaak volgens Wet waardering onroerende zaken
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de door de directeur van de gemeente Leeuwarden vastgestelde WOZ-waarde van een woning aan de a-kade 45 te Z, vastgesteld op 395.000 gulden per waardepeildatum 1 januari 1999. Na handhaving van deze waarde door de directeur, stelde belanghebbende beroep in bij het Gerechtshof Leeuwarden.
Het hof heeft het geschil behandeld aan de hand van de Wet waardering onroerende zaken en de Uitvoeringsregeling, waarbij de waarde is bepaald via een vergelijkingsmethode met referentieobjecten. Belanghebbende stelde dat de waarde te hoog was en pleitte voor een lagere waarde van 285.000 gulden.
Het hof oordeelde dat de directeur de bewijslast droeg en dat de taxatierapporten voldoende onderbouwing boden voor de vastgestelde waarde. De verschillen tussen de onroerende zaak en de referentieobjecten werden naar het oordeel van het hof adequaat weerspiegeld. Ook een beroep op het motiveringsbeginsel leidde niet tot vernietiging van de uitspraak.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de vastgestelde waarde van 395.000 gulden. Daarnaast wees het hof proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd op 21 maart 2003 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van 395.000 gulden wordt ongegrond verklaard.