ECLI:NL:GHLEE:2003:AF6075
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Knijp
- Bax-Stegenga
- De Bock
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verjaring en dwaling bij mestquotumovereenkomst
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een overeenkomst betreffende mestproductierechten tussen appellant en geïntimeerde onder dwaling was gesloten en of de vordering tot vernietiging van deze overeenkomst tijdig was ingesteld.
De rechtbank had eerder de vordering van geïntimeerde toegewezen op grond van dwaling, maar appellant stelde dat deze vordering was verjaard. Het hof oordeelde dat de dwaling door geïntimeerde reeds meer dan drie jaar voor de eisvermeerdering was ontdekt, waardoor de vordering tot vernietiging wegens dwaling niet tijdig was ingesteld.
Daarnaast werd overwogen dat de vordering van geïntimeerde bij eisvermeerdering een nieuwe juridische grondslag betrof, waardoor het tijdstip van deze eisvermeerdering bepalend was voor de verjaring. Het hof vernietigde de eerdere vonnissen en wees de vordering van geïntimeerde af, waarbij hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van geïntimeerde wordt afgewezen wegens verjaring van de dwalingsvordering.