ECLI:NL:GHLEE:2003:AF4796
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Drion
- Pruiksma
- Wolt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over naheffingsaanslag omzetbelasting en boete
Belanghebbende, een ondernemer met een eenmanszaak en later een B.V. in oprichting, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1996-1999. De inspecteur corrigeerde de voorbelasting op gedeclareerde autokosten en rekende de omzetbelasting van de B.V. in oprichting toe aan de eenmanszaak. Belanghebbende stelde dat de aftrek van 12% voorbelasting op autokosten en het gebruik van ANWB-tarieven acceptabel waren en dat de inspecteur beginselen van behoorlijk bestuur had geschonden.
Het hof oordeelde dat de inspecteur terecht de voorbelasting corrigeerde vanwege onvoldoende gegevens en onjuiste kilometerdeclaraties. Het beroep op schending van beginselen van behoorlijk bestuur werd verworpen omdat geen beleid of acceptatie van de methode door de inspecteur was aangetoond. De omzetbelasting van de B.V. in oprichting mocht aan de eenmanszaak worden toegerekend. Het beroep tegen de heffingsrente was niet-ontvankelijk omdat daartegen in de bezwaarfase geen bezwaar was gemaakt.
Tot slot werd de opgelegde boete van 50% van de te weinig betaalde belasting passend geacht, omdat bewust het risico was aanvaard dat te weinig belasting werd afgedragen. Het beroep werd daarom in zijn geheel afgewezen, met uitzondering van het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep tegen de heffingsrente.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffingsrente is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de naheffingsaanslag en boete is afgewezen.