ECLI:NL:GHLEE:2003:AF3568
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.H.A. Fransen
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroep omzetbelasting 1999/2000 afgewezen
Belanghebbende stelde beroep in tegen een uitspraak van de inspecteur inzake een naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 1999/2000. Het beroepschrift werd ingediend na de wettelijke beroepstermijn van zes weken, waardoor de voorzitter van de tweede enkelvoudige belastingkamer het beroep niet-ontvankelijk verklaarde.
Belanghebbende kwam hiertegen in verzet. Het hof stelde vast dat de brief van 5 december 2001, gericht aan de inspecteur, als beroepschrift kon worden opgevat, maar dat deze bij een onbevoegde instantie was ingediend. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt een beroepstermijn van zes weken, en het beroepschrift werd geacht pas op 24 december 2001 bij het hof te zijn ontvangen, ruim na het verstrijken van die termijn.
Er was geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding. Het hof oordeelde dat belanghebbende de beroepstermijn en de juiste instantie had moeten respecteren. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en belanghebbende bleef niet-ontvankelijk in haar beroep.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroepschrift wordt ongegrond verklaard vanwege te late indiening.