ECLI:NL:GHLEE:2003:AF3244
Gerechtshof Leeuwarden
- Proceskostenveroordeling
- Dijkstra
- Van Dijk
- Weenink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens intrekking beroep administratieve sanctie WAHV
Betrokkene had beroep ingesteld tegen een administratieve sanctie opgelegd door de officier van justitie. Tijdens de behandeling bij de kantonrechter heeft de gemachtigde van betrokkene het beroep ingetrokken, maar het verzoek om de Staat te veroordelen in de proceskosten bleef gehandhaafd.
De kantonrechter verklaarde dat hij verstond dat het beroep was ingetrokken, maar gaf daarmee een uitspraak die de wet niet kent en trad buiten het toepassingsgebied van artikel 13 WAHV Pro. Het hof oordeelt dat betrokkene ondanks de intrekking in hoger beroep kan worden ontvangen, maar dat het belang bij het beroep door de intrekking is komen te vervallen, waardoor niet-ontvankelijkheid had moeten worden uitgesproken.
Daarnaast wees het hof het verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat de wet alleen voorziet in veroordeling van een partij in kosten die een andere partij heeft gemaakt, en niet aannemelijk is dat betrokkene kosten heeft gemaakt. Ook het verzoek van de gemachtigde om vergoeding op grond van eigen belang in het beroep wordt afgewezen.
Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter, verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep en wijst het verzoek om kostenvergoeding af.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en het verzoek om kostenvergoeding wordt afgewezen.