ECLI:NL:GHLEE:2003:AF2873

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
10 januari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
BK 1738/02 Parkeerbelasting 2002
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • prof. mr. Aardema
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:74 AwbArt. 27b Algemene wet inzake rijksbelastingen
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht parkeerbelasting 2002

Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting 2002 opgelegd door het hoofd van de afdeling financiën van de gemeente Heerenveen. De griffier verzocht belanghebbende tweemaal om het verschuldigde griffierecht van €29,00 te betalen, maar hieraan werd geen gevolg gegeven.

De voorzitter van de tweede enkelvoudige belastingkamer verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het niet voldoen van het griffierecht binnen de gestelde termijn van vier weken, conform artikel 8:41 lid 2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Belanghebbende kwam hiertegen in verzet, stellende dat zij geen griffierecht wenste te betalen bij bezwaar tegen een onjuiste beslissing.

Het hof oordeelt dat het niet betalen van het griffierecht terecht leidt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep, omdat niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende niet in verzuim was. Tevens wijst het hof erop dat het griffierecht wordt vergoed indien het beroep gegrond wordt verklaard, zoals bepaald in artikel 8:74 Awb Pro.

Het hof verklaart het verzet ongegrond en bevestigt daarmee de niet-ontvankelijkheid van het beroep van belanghebbende wegens het niet voldoen van het griffierecht.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK
Nummer: 1738/02 10 januari 2003
Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, eerste enkelvoudige belastingkamer, op het verzet van X te Z tegen de beschikking van de voorzitter van de tweede enkelvoudige belastingkamer van 15 november 2002.
De voorzitter heeft bij voormelde beschikking uitspraak gedaan op het door belanghebbende ingestelde beroep tegen de uitspraak van het hoofd van de afdeling financiën van de gemeente Heerenveen (: het hoofd), gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de haar opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting over het jaar 2002.
Ingevolge artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht juncto artikel 27b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt ten behoeve van de Staat van degene, die beroep instelt, een griffierecht geheven, hetwelk in deze zaak € 29,00 bedraagt.
Ingevolge het tweede lid van dat artikel is het beroep niet-ontvankelijk, indien het verschuldigde griffierecht niet is betaald binnen vier weken nadat de griffier degene, die het beroep heeft ingesteld, schriftelijk op de verschuldigdheid daarvan heeft gewezen.
De griffier heeft de belanghebbende bij brief van 6 september 2002 en daarna bij aangetekende brief van 8 oktober 2002 verzocht het verschuldigde griffierecht te betalen.
Aan dit verzoek is geen gevolg gegeven. Om die reden heeft de voorzitter bij genoemde beschikking belanghebbende niet - ontvankelijk verklaard in haar beroep.
Tegen deze beschikking is belanghebbende in verzet gekomen bij een verzetschrift dat is ingediend op 28 november 2002.
Belanghebbende heeft niet verzocht om over haar verzet te worden gehoord, terwijl het hof geen aanleiding heeft gevonden haar uit eigen beweging te horen.
Het hoofd heeft hierop gereageerd bij schrijven van 4 december 2002.
Belanghebbende voert in haar verzetschrift aan dat zij geen griffierecht wenst te betalen indien een burger bezwaar maakt tegen een onjuiste beslissing.
Het hof is van oordeel dat nu, ingevolge artikel 8:41, lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht, is bepaald dat indien het bedrag niet binnen een termijn van vier weken is voldaan, het beroep niet ontvankelijk wordt verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Nu belanghebbende het griffierecht niet heeft voldaan en ook heeft aangegeven dat geenszins van plan te zijn, is het hof van oordeel dat de voorzitter terecht in zijn uitspraak van 15 november 2002 belanghebbende niet-ontvankelijk heeft verklaard in haar beroep.
Opmerking verdient nog, dat - anders dan belanghebbende meent - het voldoen van griffierecht niet achterwege kan blijven voor een geval waarin een belanghebbende van oordeel is dat de bestreden uitspraak onjuist is.
Zulks mede nu artikel 8:74 van Pro de Algemene wet bestuursrecht bepaalt, dat het betaalde griffierecht wordt vergoed indien het beroep gegrond wordt verklaard.
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen dient als volgt te worden beslist:
Het hof verklaart het verzet ongegrond.
Gedaan op 10 januari 2003 door prof. mr. Aardema, vice-president, lid van de eerste enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van de griffier Lorist en ondertekend door voornoemde vice-president en door voornoemde griffier.
Op 15 januari 2003 afschrift aangetekend verzonden
aan beide partijen.