ECLI:NL:GHLEE:2002:AE8949

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
11 oktober 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
BK 446/02
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • prof. mr. Aardema
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 27b Algemene wet inzake rijksbelastingen
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht in parkeerbelastingzaak

Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting over 2001, maar betaalde het verschuldigde griffierecht van €29 niet ondanks herhaalde verzoeken van de griffier. De voorzitter van de belastingkamer verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk.

Belanghebbende kwam hiertegen in verzet en voerde aan dat al zijn betalingen via een bank liepen vanwege een faillissement, waardoor hij de betaling niet kon verrichten. Het hof oordeelde echter dat deze omstandigheid volledig aan belanghebbende toe te rekenen is en geen reden vormt om het verzuim te rechtvaardigen.

Het hof verklaarde het verzet ongegrond en bevestigde daarmee de niet-ontvankelijkheid van het beroep. Belanghebbende had ook geen verzoek gedaan om te worden gehoord, zodat het hof geen aanleiding zag tot het horen van belanghebbende.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UIT-SPRAAK
Nr. 446/02 11 oktober 2002
Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwar-den, eerste enkelvoudige belastingkamer, op het verzet van X te Z tegen de beschikking van de voorzitter van de belastingkamer van 2 augustus 2002.
De voorzitter heeft bij voormelde beschikking uit-spraak gedaan op het door belanghebbende ingestelde beroep tegen de uitspraak van het hoofd van de afdeling belastingen van de gemeente Groningen (hierna: het hoofd), gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de hem opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen over het jaar 2001.
Ingevolge artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht juncto artikel 27b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt ten behoeve van de Staat van degene, die beroep instelt, een griffierecht geheven, hetwelk in deze zaak € 29 bedraagt.
Ingevolge het tweede lid van dat artikel is het beroep niet-ontvankelijk, indien het verschuldigde griffierecht niet is betaald binnen vier weken nadat de griffier degene, die het beroep heeft ingesteld, schriftelijk op de verschuldigdheid daarvan heeft gewezen.
Vaststaat dat de griffier belanghebbende bij brief van 26 april 2002 en daarna bij aangetekende brief van 29 mei 2002 heeft verzocht het verschuldigde griffierecht te betalen. Aan dit verzoek is geen gevolg gegeven.
Op grond van het vorenoverwogene heeft de voorzitter bij beschikking van 2 augustus 20902 de belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep.
Tegen deze beschikking is de belanghebbende in verzet gekomen bij een verzetschrift dat is ingediend op 8 augustus 2002.
Het hoofd heeft hierop schriftelijk gereageerd. Belanghebbende heeft niet gevraagd om over zijn verzet te worden gehoord, terwijl het hof geen aanleiding heeft gevonden hem uit eigen beweging te horen.
Belanghebbende stelt in zijn verzetschrift dat al zijn betalingen, na een faillissement, lopen via een bank in L en dat hij al zijn rekeningen doorstuurt naar die bank.
Het hof is van oordeel dat het door belanghebbende aangevoerde volledig aan belanghebbende is toe te rekenen en derhalve niet een omstandigheid is op grond waarvan in redelijkheid kan worden geoordeeld dat belanghebbende niet in verzuim zou zijn geweest zoals omschreven in artikel 8:41, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht.
Op grond van het vorenoverwogene dient als volgt te worden beslist:
Het hof verklaart het verzet ongegrond.
Gedaan op 11 oktober 2002 door prof. mr. Aardema, vice-president, lid van de eerste enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoor-digheid van de griffier Lorist en onderte-kend door voornoemde vice-president en door voornoemde griffier.
Op 16 oktober 2002 afschrift
aangetekend verzonden aan bei-de
partijen.
De griffier van het Gerechtshof
te Leeuwarden.