ECLI:NL:GHLEE:2002:AE7825
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- Meijeringh
- Rechtspraak.nl
Bevestiging koopprijs en voorraadcorrectie in koopovereenkomst na levering
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de koopprijs van een onderneming, inclusief de voorraad, correct was vastgesteld per 1 februari 1999. Appellante stelde dat de voorraadcorrectie volgens artikel 2.3 van de koopovereenkomst niet juist was toegepast en dat de koopprijs verhoogd moest worden vanwege meer ingekochte goederen in januari 1999 dan verkocht.
Het hof oordeelde dat de koopovereenkomst duidelijk voorschrijft dat de koopprijs voor de voorraden bijgesteld moet worden naar de situatie op de leveringsdatum. Echter, omdat de overeenkomst pas op 17 maart 1999 werd ondertekend en er geen voorraadopname per 1 februari 1999 was gemaakt, kon geen bijstelling worden vastgesteld. Bovendien was de bewijslast voor een hogere voorraadcorrectie onvoldoende onderbouwd door appellante.
Verder werd vastgesteld dat appellante op grond van artikel 9 van Pro de koopovereenkomst gehouden is geïntimeerde te vrijwaren voor facturen die betrekking hebben op voor 1 februari 1999 gesloten overeenkomsten. Het beroep op verrekening en ongerechtvaardigde verrijking werd verworpen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellante in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het hoger beroep van appellante af met veroordeling in de kosten.