ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6804
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- Meijeringh
- Streppel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake aansprakelijkheid voor schade door losschieten brandtrapdeel
In deze civiele zaak stond de aansprakelijkheid van geïntimeerde voor schade aan appellant centraal, veroorzaakt door het losschieten van een deel van een brandtrap. Appellant, een zelfstandige ondernemer die werkzaamheden verrichtte aan het pand van geïntimeerde, stelde dat de brandtrap gebrekkig was en dat dit leidde tot zijn letsel.
De rechtbank had eerder vonnissen gewezen die appellant in het ongelijk stelden. Appellant stelde in hoger beroep grieven in tegen de bewijswaardering en bewijslastverdeling. Het hof oordeelde dat de regeling van artikel 7:658 BW Pro niet van toepassing was omdat appellant geen werknemer was, maar een zelfstandige ondernemer. De aansprakelijkheid moest daarom worden beoordeeld aan de hand van artikel 6:174 BW Pro juncto 6:181 BW.
Het hof vond dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd dat de brandtrap gebrekkig was of dat geïntimeerde nalatig was geweest in het waarschuwen voor risico's. De getuigenverklaringen en deskundigenrapporten ondersteunden de stelling van appellant niet overtuigend. Het bewijsaanbod in hoger beroep was te vaag en onvoldoende concreet. Daarom werden de eerdere vonnissen bekrachtigd en appellant veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigde de vonnissen en wees het hoger beroep van appellant af wegens onvoldoende bewijs voor aansprakelijkheid.