ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6801
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- Meijeringh
- Rechtspraak.nl
Beoordeling erfpachtcanon en wettelijke rente bij geschil over indexering en betaling
In deze civiele zaak stond de hoogte van de erfpachtcanon en de betaling van wettelijke rente centraal. Appellant betwistte de indexering van de canon conform het Pachtnormenbesluit 1995 en stelde dat de canon verlaagd moest worden. Het hof bevestigde dat de canon, zoals vastgesteld in eerdere vonnissen en de erfpachtakte, geldig is en dat appellant niet ontvankelijk is in zijn beroep tegen de vaststaande feiten.
Het hof oordeelde dat de canon niet onaanvaardbaar hoog is en dat de indexering redelijk is gezien de looptijd van de erfpacht en de stijging van grondprijzen. Hoewel appellant een forse betalingsachterstand had, was dit onvoldoende om het erfpachtrecht te laten vervallen. Wel werd appellant veroordeeld tot betaling van de wettelijke rente over het verschil tussen de betaalde en verschuldigde canon vanaf de respectieve vervaldagen.
De kosten van de procedure in hoger beroep werden aan appellant opgelegd. Het vonnis van de rechtbank Groningen werd bekrachtigd, behalve het deel over de rente, dat werd vernietigd en opnieuw vastgesteld. Hiermee werd het geschil over de erfpachtcanon en de rente definitief beslecht.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant tot betaling van wettelijke rente vanaf de vervaldagen over de te weinig betaalde erfpachtcanon.