ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6778
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.S. Pruiksma
- F.J.W. Drion
- J. Huiskes
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke kwalificatie van voordeel bij aan- en verkoop onroerende zaken door echtgenote
Belanghebbende werd voor het jaar 1995 aangeslagen voor een belastbaar inkomen van ƒ 400.923,--. De aanslag werd gehandhaafd na bezwaar, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Gerechtshof Leeuwarden.
De zaak betrof de vraag of de echtgenote van belanghebbende met de aan- en verkoop van een polikliniek en een parkeerterrein een voordeel had genoten dat moest worden aangemerkt als inkomsten uit arbeid dan wel als inkomsten uit vermogen. De B.V., waarin de echtgenote aandelen bezat, verkeerde in surséance van betaling en verkocht de onroerende zaken aan de kinderen (waaronder de echtgenote) voor een bedrag van ƒ 25.000,--, terwijl deze later voor ƒ 1.100.000,-- werden doorverkocht.
Het hof stelde vast dat er geen sprake was van een verkapte winstuitdeling omdat er geen aanwezige winst was. Het voordeel werd echter door het hof aangemerkt als inkomsten uit arbeid, omdat de vader van de echtgenote, die nauw betrokken was bij de onderhandelingen en planontwikkeling, kennis had van de werkelijke waarde en het voornemen om de onroerende zaken voor een veel hogere prijs te verkopen. Dit voordeel werd toegerekend aan de echtgenote.
Het hof verminderde het belastbare inkomen van belanghebbende met ƒ 313.214,-- tot ƒ 87.709,-- en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten. De uitspraak werd op 16 augustus 2002 gedaan en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het gerechtshof vermindert de aanslag inkomstenbelasting 1995 tot een belastbaar inkomen van ƒ 87.709,-- en kwalificeert het voordeel als inkomsten uit arbeid.