ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6766
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Pruiksma
- Drion
- Huiskes
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1995 wegens onvoldoende bewijs
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1995 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd, inclusief boete en heffingsrente, vanwege vermeend privégebruik van materialen van het aannemersbedrijf waar hij in loondienst was. De inspecteur handhaafde deze aanslag na bezwaar. Belanghebbende voerde aan dat hij slechts werknemer was zonder leidinggevende functie en geen privévoordeel had genoten. De inspecteur stelde dat belanghebbende als uitvoerder materialen had laten leveren voor zichzelf en zijn familie.
Tijdens het boekenonderzoek bleek dat facturen waren gewijzigd op verzoek van belanghebbende en dat betalingen niet waren terug te vinden in de kasadministratie. De dochter van belanghebbende verklaarde dat zij materialen tegen inkoopprijs had gekocht en contant had betaald. Het hof oordeelde dat de inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat belanghebbende als werknemer de materialen voor zichzelf had gebruikt en dat het vermoeden van een te laag vastgestelde aanslag niet was bewezen.
Daarom werd de navorderingsaanslag en de boete vernietigd. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan belanghebbende. De uitspraak onderstreept het belang van voldoende bewijs bij navorderingsaanslagen en het waarborgen van een correcte administratie.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en boete worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs van privégebruik door belanghebbende.