ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6765
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Huiskes
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling aftrek kinderopvangkosten en vertrouwensbeginsel
Belanghebbende werd voor het jaar 1999 aangeslagen voor inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over een belastbaar inkomen van ƒ 150.478,--. De inspecteur weigerde aftrek van kosten voor kinderopvang van ƒ 33.717,-- toe te staan, omdat volgens hem eerst het maximum van tweemaal ƒ 11.053,-- moest worden toegepast en daarna de werkgeversbijdrage in mindering gebracht. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat eerst de werkgeversbijdrage van het totaal moest worden afgetrokken, waarna het maximum werd toegepast.
In de procedure stelde het hof vast dat de wet een maximum van tweemaal ƒ 11.053,-- per kind stelt en dat de werkgeversbijdrage in mindering moet worden gebracht op dit maximumbedrag. Hierdoor resteert voor belanghebbende geen aftrekbare post. Wel oordeelde het hof dat belanghebbende gerechtvaardigd vertrouwen mocht ontlenen aan het aangifteprogramma dat de volgorde van aftrek anders hanteerde, namelijk eerst aftrek van de werkgeversbijdrage en daarna maximering.
Het hof verwees naar het arrest van de Hoge Raad van 7 december 2001 en concludeerde dat het vertrouwen in de aangiftediskette, als een aan de wet ontleend vertrouwen, in beginsel moet worden gehonoreerd. Daarom werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 147.062,-- en het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 147.062,--.