ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6452
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Drion
- Fransen
- Wolt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijk beroep tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1997 afgewezen
Belanghebbende, voormalig aandeelhouder en bestuurder van E B.V., werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1997 van ruim ¦ 177.000,-. De inspecteur vermoedde dat belanghebbende winstuitdelingen uit de BV had genoten die niet waren aangegeven. Belanghebbende ontkende inkomsten uit de BV te hebben genoten en stelde dat zijn vader feitelijk bestuurder was geweest.
De inspecteur baseerde zijn aanslag op informatie uit derden, een verdwenen administratie van de BV en vermoedens van winsten uit handel en laswerkzaamheden. Belanghebbendes vader werd als getuige gehoord maar zijn verklaringen werden door het hof als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld vanwege gebrekkige kennis en zwakke herinnering.
Het hof oordeelde dat het vermoeden van de inspecteur dat belanghebbende inkomsten uit vermogen had genoten niet was ontzenuwd. De bewijslast lag bij belanghebbende, die onvoldoende bewijs leverde om het vermoeden te weerleggen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en bleef de navorderingsaanslag gehandhaafd.
Proceskosten werden niet toegewezen omdat geen bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding gaven. De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Leeuwarden op 9 augustus 2002 en schriftelijk bevestigd op 14 augustus 2002.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1997 wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.