ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6451
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Drion
- Fransen
- Wolt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1996 wegens vermeende winstuitdeling BV
Belanghebbende, oprichter en aandeelhouder van een BV, kreeg een navorderingsaanslag opgelegd voor het jaar 1996 op basis van een vermeende winstuitdeling van de BV die niet was aangegeven. De inspecteur stelde dat de BV aanzienlijke winsten had gemaakt die niet meer in de BV aanwezig waren en dat deze winsten indirect aan belanghebbende toekwamen.
Belanghebbende ontkende inkomsten uit de BV te hebben genoten en stelde dat hij slechts formeel bestuurder was, terwijl zijn vader feitelijk de leiding had. De administratie van de BV was echter verdwenen, waardoor het bewijs voor belanghebbende moeilijk was. Zijn vader werd als getuige gehoord, maar zijn verklaringen werden door het hof als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld.
Het hof concludeerde dat het vermoeden van winstuitdeling niet is weerlegd door belanghebbende en dat de navorderingsaanslag terecht is opgelegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1996 wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.