ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6287

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
2 augustus 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
BK 1132/02
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Pruiksma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 Wet waardering onroerende zakenArt. 26 lid 1 Algemene wet inzake rijksbelastingenArt. 26c Algemene wet inzake rijksbelastingenArt. 6:7 Algemene wet bestuursrechtArt. 6:9 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens overschrijding termijn afgewezen

Belanghebbende had een beroepschrift tegen een uitspraak van burgemeester en wethouders van de gemeente Wymbritseradiel ingediend, maar dit was niet binnen de wettelijk gestelde termijn van zes weken na dagtekening van de uitspraak. De voorzitter van de belastingkamer verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk.

Belanghebbende kwam hiertegen in verzet en voerde aan dat hij tijdens de beroepstermijn onderhandelingen voerde met de gemeente in de hoop tot een akkoord te komen, waardoor hij te laat was met het indienen van het beroepschrift. Het hof oordeelde dat belanghebbende de termijn had kunnen veiligstellen door het indienen van een pro-forma beroepschrift, zodat hij later zijn beroep had kunnen aanvullen.

Het hof vond dat de vertraging aan belanghebbende zelf te wijten was en dat het verzet daarom ongegrond moest worden verklaard. Belanghebbende had ook niet verzocht om een mondelinge behandeling van het verzet, en het hof zag geen aanleiding om hem uit eigen beweging te horen.

De uitspraak van het hof bevestigt dat strikte termijnen gelden voor het indienen van beroepschriften en dat het niet indienen van een pro-forma beroep tot niet-ontvankelijkheid kan leiden. Het verzet tegen deze beslissing werd verworpen.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens overschrijding van de termijn wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UIT-SPRAAK
Nr. 1132/02 2 augustus 2002
Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwar-den, tweede enkelvoudige belastingkamer, op het verzet van X te Z tegen de beschikking van de voorzitter van de belastingkamer van 24 mei 2002.
De voorzitter heeft bij voormelde beschikking uit-spraak gedaan op het door belanghebbende ingestelde beroep tegen de uitspraak van burgemeester en wethouders van de gemeente Wymbritseradiel te IJlst (hierna: b. en w.), gedaan op het bezwaarschrift van de be-lang-hebbende tegen de te zijn aanzien genomen beschikking als bedoeld in artikel 22 van Pro de Wet waardering onroerende zaken.
Ingevolge de artikelen 26, eerste lid en 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen juncto de artikelen 6:7 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht kan hij, die bezwaar heeft tegen een uitspraak van de directeur, binnen zes weken na dagtekening van het afschrift van de uitspraak in beroep komen bij het gerechtshof.
De uitspraak van b. en w. is verzonden 27 februari 2002 en het beroepschrift is ter post bezorgd op 26 april 2002, derhalve niet binnen zes weken na dagtekening van de uitspraak. Om deze reden heeft de voorzitter bij beschikking van 24 mei 2002 de belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep.
Tegen deze beschikking is de belanghebbende tijdig in verzet gekomen bij een verzet-schrift dat is ingediend op 3 juni 2002. B. en w. hebben hierop schriftelijk gereageerd. Belanghebbende heeft niet gevraagd om over zijn verzet te worden gehoord, terwijl het hof geen aanleiding heeft gevonden hem uit eigen beweging te horen.
Belanghebbende stelt in zijn verzetschrift dat hij tijdens de fase waarin hij beroep had kunnen aantekenen tegen de uitspraak op het bezwaarschrift in onderhandelingen was met b. en w.
Hij had de hoop dat in de eindfase van de termijn met de gemeente tot een akkoord zou kunnen worden gekomen.
Nu een oplossing niet is gekomen was hij op een gegeven moment te laat met het indienen van een beroepschrift.
Het hof is van oordeel dat belanghebbende de termijn voor het instellen van een beroepschrift veilig had kunnen stellen door het indienen van een pro-forma beroepschrift.
In dat geval had hij op een later tijdstip eventueel zijn beroep kunnen aanvullen.
Derhalve is het aan belanghebbende zelf te wijten dat zijn beroepschrift te laat is ingediend bij het hof.
Op grond van het vorenoverwogene dient als volgt te worden beslist:
Het hof verklaart het verzet ongegrond.
Gedaan op 2 augustus 2002 door mr. Pruiksma, vice-president, lid van de tweede enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoor--
digheid van de griffier Lorist en onderte-kend door voornoemde vice-president en door voornoemde griffier.
Op 7 augustus 2002 afschrift
aangetekend verzonden aan bei-de
partijen.
De griffier van het Gerechtshof
te Leeuwarden.