ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6287
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Pruiksma
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens overschrijding termijn afgewezen
Belanghebbende had een beroepschrift tegen een uitspraak van burgemeester en wethouders van de gemeente Wymbritseradiel ingediend, maar dit was niet binnen de wettelijk gestelde termijn van zes weken na dagtekening van de uitspraak. De voorzitter van de belastingkamer verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk.
Belanghebbende kwam hiertegen in verzet en voerde aan dat hij tijdens de beroepstermijn onderhandelingen voerde met de gemeente in de hoop tot een akkoord te komen, waardoor hij te laat was met het indienen van het beroepschrift. Het hof oordeelde dat belanghebbende de termijn had kunnen veiligstellen door het indienen van een pro-forma beroepschrift, zodat hij later zijn beroep had kunnen aanvullen.
Het hof vond dat de vertraging aan belanghebbende zelf te wijten was en dat het verzet daarom ongegrond moest worden verklaard. Belanghebbende had ook niet verzocht om een mondelinge behandeling van het verzet, en het hof zag geen aanleiding om hem uit eigen beweging te horen.
De uitspraak van het hof bevestigt dat strikte termijnen gelden voor het indienen van beroepschriften en dat het niet indienen van een pro-forma beroep tot niet-ontvankelijkheid kan leiden. Het verzet tegen deze beslissing werd verworpen.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens overschrijding van de termijn wordt ongegrond verklaard.