ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6264

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
27 maart 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 02-00025
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
  • Huisman
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) Art. 26Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) Art. 26a
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens ontbreken gronden beroepschrift bestuursstrafrecht

Betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beschikking van de kantonrechter Middelburg die hem niet-ontvankelijk had verklaard in verzet tegen een dwangbevel uitgevaardigd door de officier van justitie. Het hof stelde betrokkene in de gelegenheid om binnen vier weken de gronden van het beroep aan te voeren en een exploot van betekening van het dwangbevel te overleggen, maar betrokkene reageerde niet.

De procedure kenmerkt zich door een schriftelijk karakter waarbij het noodzakelijk is dat de gronden van het beroep worden opgegeven. Het ontbreken hiervan en het niet herstellen van dit verzuim leidt ertoe dat het hof betrokkene niet-ontvankelijk verklaart in het hoger beroep.

De beslissing werd genomen op basis van de stukken zonder verdere zitting. Het vonnis is uitgesproken door drie rechters in aanwezigheid van de griffier tijdens een openbare zitting.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet aanvoeren van gronden en het niet overleggen van een exploot.

Uitspraak

WAHV 02/00025
27 maart 2002
CJIB 33414156
Gerechtshof te Leeuwarden
Beschikking
op het hoger beroep tegen de beschikking
van de kantonrechter te Middelburg
van 14 november 2001
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft de betrokkene in het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 15 november 2000 uitgevaardigd dwangbevel niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 14 januari 2002 heeft de griffier van het hof aan de betrokkene medegedeeld dat hij heeft verzuimd om de gronden van het beroep aan te voeren en een exploot van betekening van het dwangbevel over te leggen. De betrokkene is hierbij verzocht om binnen vier weken na dagtekening van de brief het verzuim te herstellen. Tevens is de betrokkene medegedeeld dat indien het verzuim niet wordt hersteld, het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Hierop heeft de betrokkene niet gereageerd.
De advocaat-generaal is hiervan op de hoogte gesteld en is tevens medegedeeld dat het hof op de voorliggende stukken een beslissing zal nemen.
3. Beoordeling
Het in beginsel schriftelijke karakter van de onderhavige procedure dwingt ertoe dat de betrokkene die hoger beroep instelt tegen een beslissing van de kantonrechter daarbij de gronden van zijn beroep opgeeft.
Het beroepschrift bevat niet de gronden van het beroep. De griffier van het hof heeft de betrokkene hierop gewezen en deze in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen, onder mededeling van de gevolgen van het niet tijdig herstellen van bedoeld verzuim. De betrokkene heeft verzuimd alsnog de gronden van zijn beroep op te geven. Het hof vindt hierin aanleiding om de betrokken niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Vellinga, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. Vlietstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.