ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6261
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Dijkstra
- Weenink
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep tegen beslissing officier van justitie inzake WAHV
Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep van betrokkene tegen een beslissing van de officier van justitie, waarbij de kantonrechter het beroep eerder ongegrond had verklaard. De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het hoger beroep, met name of het beroepschrift tijdig was ingediend conform de wettelijke termijnen.
De bestreden beslissing was op 18 januari 2002 aan betrokkene toegezonden. Het beroepschrift was gedateerd 27 februari 2002, met een ontvangststempel van 5 maart 2002 bij de griffie, en een poststempel van 2 maart 2002 op de enveloppe. De beroepstermijn eindigde op 1 maart 2002. Hoewel de advocaat-generaal het beroep niet ontvankelijk achtte, oordeelde het hof dat het niet is uit te sluiten dat de brief op 1 maart ter post is gegeven, waardoor het beroep tijdig is ingediend.
Het hof besloot daarom betrokkene ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep en gaf de advocaat-generaal de gelegenheid een nader verweerschrift in te dienen binnen vier weken. De zaak werd aangehouden voor verdere beslissing. Dit arrest werd gewezen door de rechters Vellinga, Dijkstra en Weenink.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het hoger beroep ontvankelijk en stelt de advocaat-generaal in de gelegenheid een nader verweerschrift in te dienen.