ECLI:NL:GHLEE:2002:AE6027
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.S. Pruiksma
- H.H.A. Fransen
- J.A. Wolt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag overdrachtsbelasting bij verkrijging landerijen en toepassing vrijstelling
Belanghebbende, een agrariër, verkreeg in 1995 circa 19,23 hectare landerijen te Z, waarvoor de inspecteur slechts een deel van de oppervlakte vrijstelde van overdrachtsbelasting. Belanghebbende stelde dat een grotere oppervlakte vrijstelling behoorde te krijgen op grond van artikel 15, eerste lid, onderdeel q, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer en een staatssecretariële Resolutie.
Het geschil betrof de vraag of de inspecteur terecht slechts 2,75 hectare vrijstelde van overdrachtsbelasting. Het hof overwoog dat de vrijstelling geldt voor landerijen tot de oppervlakte van naburige landerijen die de verkrijger ten minste vijf jaar in eigendom heeft, en dat verkrijgingen binnen vijf jaar als één worden beschouwd. De ruilverkavelingsakte en de Resolutie werden betrokken bij de beoordeling.
Het hof concludeerde dat de belanghebbende in de vijf jaar voorafgaand aan de verkrijging al 6,06 hectare had vrijgesteld gekregen, en dat op grond van de Resolutie slechts 8,81 hectare als 'oud bezit' kon worden aangemerkt. Hierdoor kon slechts 2,75 hectare van de recente verkrijging vrijgesteld worden. De stelling van belanghebbende dat de eerder vrijgestelde oppervlakte moest worden gerelateerd aan de toegedeelde landerijen werd verworpen.
Het hof wees het beroep af, oordeelde dat de inspecteur de naheffingsaanslag terecht had vastgesteld en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd op 26 juli 2002 gedaan en op 31 juli 2002 aan partijen verzonden.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt ongegrond verklaard.