ECLI:NL:GHLEE:2002:AE5526

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
12 juni 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01-00654
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 2 WAHVWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bestuurlijke sanctie wegens door rood licht rijden ondanks betwisting kenteken

Betrokkene werd administratief gesanctioneerd met een boete van 180 gulden voor het niet stoppen voor een rood verkeerslicht op 21 september 2000 te Soest. Hij stelde dat de aankondiging van beschikking impliceert dat hij als bestuurder stilgehouden was, wat volgens het hof niet noodzakelijk is. Ook voerde hij aan dat het kenteken mogelijk onjuist was genoteerd vanwege een vergelijkbaar kenteken van een andere auto in zijn woonplaats.

Het hof oordeelde dat het opmaken van een aankondiging van beschikking ook kan plaatsvinden zonder dat de bestuurder daadwerkelijk is stilgehouden en dat de verbalisant de aankondiging vooruit kan sturen. Verder stelde het hof vast dat het voertuig met het betreffende kenteken daadwerkelijk ter plaatse was, ongeacht dat de verbalisant nog in opleiding was.

Daarom werd de juistheid van de gedraging bevestigd en de beslissing van de kantonrechter, die het beroep van betrokkene ongegrond verklaarde, bekrachtigd. Het hoger beroep werd verworpen en de administratieve sanctie bleef van kracht.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van 180 gulden voor het negeren van een rood verkeerslicht.

Uitspraak

WAHV 01/00654
12 juni 2002
CJIB 36743024
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Amersfoort
van 25 oktober 2001
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld en daarbij om vergoeding van proceskosten verzocht.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van f 180,- opgelegd ter zake van "niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht", welke gedraging zou zijn verricht op 21 september 2000 op de Beukenlaan te Soest met het voertuig met het kenteken [kenteken].
3.2. De betrokkene voert in de eerste plaats aan, zakelijk weergegeven, dat nu een aankondiging van beschikking is opgemaakt, er - gelet op het bepaalde in art. 4 lid 2 WAHV Pro - vanuit moet worden gegaan, dat de bestuurder is stilgehouden.
3.3. Ook al is een bestuurder niet stilgehouden, dan belet dat een verbalisant nog niet om een aankondiging van beschikking op te maken. Het opmaken van een aankondiging van beschikking is in geval de bestuurder niet is stilgehouden ook niet zinloos. Deze aankondiging van beschikking kan de verbalisant - zoals hij volgens zijn brief aan de kantonrechter d.d. 9 oktober 2001 heeft gedaan - vervolgens vooruitlopend op de toezending van de beschikking door het CJIB aan de kentekenhouder toezenden. De enkele omstandigheid dat de verbalisant een aankondiging van beschikking heeft opgemaakt brengt dus niet mee dat ervan moet worden uitgegaan dat de bestuurder is stilgehouden.
3.4. De betrokkene voert voorts aan, dat de verbalisant, een adspirant, een vergissing kan hebben gemaakt bij het noteren van het kenteken. Hij stelt hierbij dat er in [plaats] iemand woont die eigenaar is van een auto van hetzelfde type en met gelijke kleur als zijn auto, terwijl het kenteken van die auto slechts ten aanzien van één cijfer afwijkt van het kenteken van zijn auto.
3.5. De betrokkene ontkent niet dat het voertuig met het kenteken [kenteken] ten tijde van de gedraging ter plaatse heeft gereden. Daarom is er geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van het door de verbalisant opgenomen kenteken en maakt de omstandigheid dat de verbalisant nog geen voltooide opleiding had genoten dit niet anders. Naar de overtuiging van het hof is derhalve komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
3.6. Gelet op het vorenstaande zal het hof de beslissing waarvan beroep bevestigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Vellinga, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.