ECLI:NL:GHLEE:2002:AE4669
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- prof. mr. Aardema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering opleggen negatieve voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2000
Verzoeker diende op 13 april 2001 zijn aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2000 in met een belastbaar inkomen van ƒ 18.670,-. Hij verzocht herhaaldelijk om een voorlopige aanslag, maar de inspecteur weigerde deze op te leggen. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze weigering, maar de inspecteur stelde dat dit geen voor bezwaar vatbare beschikking was. Op 8 februari 2002 legde de inspecteur een definitieve aanslag op zonder rekening te houden met de aftrekposten van verzoeker, wat leidde tot een teruggave van ƒ 236,-. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar.
Verzoeker vroeg het hof om een voorlopige voorziening te treffen om alsnog een negatieve voorlopige aanslag op te leggen. Het hof oordeelde dat tegen de weigering geen bezwaar of beroep openstaat en dat in beginsel geen voorlopige voorziening kan worden verleend wegens het ontbreken van connexiteit. Echter, gezien het spoedeisend belang en het feit dat hetzelfde geschilpunt speelt in de bezwaarprocedure tegen de definitieve aanslag, verklaarde het hof het verzoek ontvankelijk.
Het hof stelde vast dat verzoeker de gevraagde informatie over aftrekposten weigerde te verstrekken, waardoor de inspecteur niet kon bepalen of en op welk bedrag een negatieve voorlopige aanslag moest worden vastgesteld. De inspecteur handelde binnen zijn bevoegdheid door geen voorlopige aanslag op te leggen. Verzoekers beroep op rechtens te beschermen vertrouwen en het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat er geen aanwijzingen waren dat de inspecteur een begunstigend beleid voerde jegens vergelijkbare belastingplichtigen.
Het hof concludeerde dat geen schending van beginselen van behoorlijk bestuur was en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af. Er werden geen proceskosten aan verzoeker opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de weigering van de inspecteur om een negatieve voorlopige aanslag op te leggen wordt afgewezen.