ECLI:NL:GHLEE:2002:AE4668
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- prof. mr. Aardema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening negatieve voorlopige aanslag inkomstenbelasting 1999
Verzoeker diende op 31 juli 2000 zijn aangifte inkomstenbelasting 1999 in met een belastbaar inkomen van ƒ 15.595,- en verzocht herhaaldelijk om een negatieve voorlopige aanslag. De inspecteur weigerde deze op te leggen vanwege het ontbreken van benodigde informatie over aftrekposten. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze weigering, dat werd afgewezen. Vervolgens werd een definitieve aanslag opgelegd zonder rekening te houden met de aftrekposten, waartegen ook bezwaar werd gemaakt en beroep werd ingesteld.
Verzoeker vroeg het hof om een voorlopige voorziening te treffen om alsnog de negatieve voorlopige aanslag op te leggen. Het hof oordeelde dat vanwege het gesloten stelsel van bezwaar en beroep tegen weigering van voorlopige aanslagen en het ontbreken van connexiteit in beginsel geen voorlopige voorziening mogelijk was. Desondanks verklaarde het hof het verzoek ontvankelijk vanwege het spoedeisend belang van verzoeker.
De inspecteur mocht op grond van artikel 47 AWR Pro en artikel 23 Uitvoeringsregeling Pro AWR 1994 weigeren een voorlopige aanslag op te leggen als verzoeker niet de benodigde informatie verstrekt. Het beroep op rechtens te beschermen vertrouwen en het gelijkheidsbeginsel faalden omdat verzoeker onvoldoende aannemelijk maakte dat hij op een andere behandeling mocht rekenen. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Er werden geen proceskosten aan verzoeker toegekend. De uitspraak werd gedaan door de president van het hof op 21 juni 2002.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tot het opleggen van een negatieve voorlopige aanslag inkomstenbelasting 1999 wordt afgewezen.