ECLI:NL:GHLEE:2002:AE4138
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Hermans
- Wedzinga
- Van Zant
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens verspreiden en voorraad hebben van kinderpornografische afbeeldingen met verminderde toerekeningsvatbaarheid
Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden uit maart 2000, waarin verdachte werd veroordeeld voor het verspreiden en het in voorraad hebben van kinderpornografische afbeeldingen van minderjarigen.
Het hof achtte bewezen dat verdachte in de periode van januari 1997 tot maart 1999 meermalen via internet afbeeldingen van seksuele gedragingen van personen onder de zestien jaar heeft verspreid en een gewoonte heeft gemaakt van het in voorraad hebben van dergelijke afbeeldingen. Uit deskundigenrapporten bleek dat verdachte een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens heeft, waardoor het telastegelegde hem in verminderde mate kan worden toegerekend.
Hoewel verdachte eerder was veroordeeld voor seksueel misbruik van kinderen, achtte het hof een terbeschikkingstelling niet passend omdat de maatregel enkel kan worden opgelegd ter bescherming van de veiligheid van anderen, wat hier niet aan de orde was. Het hof legde een gevangenisstraf van zes maanden op, waarvan drie maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden, en 240 uur onbetaalde arbeid, waarbij rekening werd gehouden met de kans op recidive en het belang van een ambulante behandeling.
De straf is gecombineerd met een proeftijd van drie jaar waarin verdachte zich aan voorwaarden moet houden. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen werden geacht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf waarvan drie maanden voorwaardelijk en 240 uur onbetaalde arbeid wegens verspreiden en voorraad hebben van kinderpornografische afbeeldingen met verminderde toerekeningsvatbaarheid.