ECLI:NL:GHLEE:2002:AE4018

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
12 juni 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
Rolnummer 9900175
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Mollema
  • Eradus
  • Meijeringh
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering van vereniging van eigenaren tegen gemeente toegewezen tot betaling van schadevergoeding

De vereniging van eigenaren De Vuursteen heeft een vordering ingesteld tegen de gemeente Groningen. In eerste aanleg werd de vordering afgewezen, maar in hoger beroep heeft het gerechtshof Leeuwarden het vonnis van 12 februari 1999 vernietigd. De gemeente is veroordeeld tot betaling van een bedrag van €78.396,56, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2002 tot aan de dag van volledige voldoening.

De gemeente heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de vordering toewijsbaar is tot dit bedrag. De vereniging van eigenaren heeft dit standpunt aanvaard. Het hof heeft de gemeente veroordeeld in de kosten van de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep, zowel in het principaal als in het incidenteel appel.

Het arrest is uitgesproken door een enkelvoudige kamer van het gerechtshof Leeuwarden op 12 juni 2002. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De kosten aan de zijde van de vereniging van eigenaren zijn begroot op diverse bedragen voor verschotten en salaris van de procureur.

Uitkomst: De gemeente Groningen is veroordeeld tot betaling van €78.396,56 plus wettelijke rente aan de vereniging van eigenaren De Vuursteen.

Uitspraak

Arrest d.d. 12 juni 2002
Rolnummer 9900175
HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:
De vereniging van eigenaren "De Vuursteen",
gevestigd te Groningen,
appellante in het principaal en geïntimeerde in het incidenteel appel,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna te noemen: De Vuursteen,
procureur: mr P. Tuinman,
tegen
de gemeente Groningen,
zetelende te Groningen,
geïntimeerde in het principaal en appellante in het incidenteel appel,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna te noemen: de Gemeente,
procureur: mr J.V. van Ophem.
De inhoud van het arrest inzake het incident verzet vermeerdering eis d.d. 6 maart 2002 wordt hier overgenomen.
Het verdere procesverloop
De Gemeente heeft een akte genomen, waarna de Vuursteen een antwoordakte heeft genomen.
Vervolgens hebben partijen de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.
De verdere beoordeling
1. De Gemeente heeft zich bij akte, onder voorbehoud van het recht van cassatie, op het standpunt gesteld dat de vordering van de Vuursteen toewijsbaar is tot een bedrag groot Euro 78.396,56, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 januari 2002 tot de dag der algehele voldoening.
2. Bij antwoordakte heeft de Vuursteen ermee ingestemd dat haar vordering wordt toegewezen als door de Gemeente aangegeven.
Slotsom
3. De grieven in het principaal appel treffen doel en de vordering van de Vuursteen zal alsnog worden toegewezen, zoals hieronder nader aan te geven. De Gemeente zal, als (grotendeels) in het ongelijk te stellen partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep, dat laatste zowel in het principaal als in het incidenteel hoger beroep.
De beslissing
Het gerechtshof:
in het principaal en in het incidenteel beroep:
vernietigt het beroepen vonnis d.d. 12 februari 1999;
en opnieuw rechtdoende:
veroordeelt de Gemeente tot betaling aan de Vuursteen van een bedrag groot
Euro 78.396,56 , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2002 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt de Gemeente in de kosten van deze procedure in eerste aanleg en in appel en begroot die aan de zijde van de Vuursteen in eerste aanleg op Euro 1180,44 aan verschotten en op Euro 2.314,28 aan salaris voor de procureur en in hoger beroep op Euro 1423,89 aan verschotten en op Euro 4220,16 aan salaris voor de procureur;
verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Aldus gewezen door mrs. Mollema, voorzitter, Eradus en Meijeringh, raden, en uitgesproken door mr Mollema, vice-president, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van Bilstra als griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 12 juni 2002.