ECLI:NL:GHLEE:2002:AE3738
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- Meijeringh
- Rechtspraak.nl
Betalingsovereenkomst en aansprakelijkheid bij opdracht aan advocatenkantoor en registeraccountant
In deze civiele zaak staat de vraag centraal wie als opdrachtgever geldt voor de werkzaamheden van een advocatenkantoor en een registeraccountant, en wie aansprakelijk is voor de betaling van de declaratie.
Appellant stelde dat hij geen overeenkomst had gesloten met de maatschap maar alleen met een bij haar werkzame advocaat en dat hij slechts voor een derde aansprakelijk kon zijn omdat de opdracht mede namens twee vennootschappen was gegeven. De geïntimeerde stelde dat de maatschap de enige opdrachtgever was en dat appellant hoofdelijk aansprakelijk was.
Het hof oordeelde dat appellant zich in 1995 tot de maatschap heeft gewend en dat de opdracht mede namens de twee vennootschappen is gegeven. De maatschap had bij het aanvaarden van de opdracht duidelijkheid moeten verkrijgen over wie opdrachtgever was. Op grond van artikel 6 lid 1 BW Pro is appellant slechts voor een derde van de declaratie aansprakelijk.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep voor zover het appellant hoofdelijk aansprakelijk stelde en veroordeelde appellant tot betaling van €1.009,86, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 13 augustus 1996. Iedere partij draagt eigen kosten in hoger beroep.
Uitkomst: Appellant is slechts voor een derde van de declaratie aansprakelijk en veroordeeld tot betaling van €1.009,86 met rente.