ECLI:NL:GHLEE:2002:AE3608
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid in beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 1997 afgewezen
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 1997. De inspecteur heeft uitspraak gedaan op het bezwaarschrift, waarna belanghebbende beroep instelde bij het gerechtshof. De voorzitter van de belastingkamer verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ingediend of ter post bezorgd.
Belanghebbende kwam hiertegen in verzet en stelde dat het beroepschrift reeds op 3 april 2001 ter post was bezorgd. Het gerechtshof oordeelde echter dat het poststempel van 9 april 2001 en de ontvangst op 10 april 2001 het vermoeden wekten dat het beroepschrift te laat was verzonden. Belanghebbende slaagde er niet in dit vermoeden te ontzenuwen, omdat hij geen bewijs leverde van tijdige verzending.
Het hof overwoog dat het verzet ongegrond is omdat belanghebbende geen feiten of omstandigheden had gesteld die een redelijke grond geven om niet van verzuim uit te gaan. Ook het argument dat hij de volle zes weken meer dan nodig had en de intentie had tijdig te reageren, bood geen soelaas. Het hof benadrukte dat een pro forma beroepschrift tijdig had kunnen worden ingediend.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en de beschikking van niet-ontvankelijkheid gehandhaafd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkheidsbeschikking in het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 1997 wordt ongegrond verklaard.