ECLI:NL:GHLEE:2002:AE3243
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Huisman
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet stellen van zekerheid bij administratieve sanctie WAHV
In deze zaak is het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de kantonrechter Rotterdam die het beroep van betrokkene niet-ontvankelijk verklaarde omdat betrokkene niet binnen de in artikel 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid had gesteld voor de betaling van een administratieve sanctie. Betrokkene voerde aan dat hij als jonge ondernemer niet in staat was om deze zekerheid te stellen.
Het hof overweegt dat als eigenaar van een autoverhuurbedrijf betrokkene rekening moet houden met het risico dat huurders overtredingen begaan die onder de WAHV vallen. Het is aan betrokkene om contractuele afspraken te maken over wie de kosten van administratieve sancties draagt, maar dit doet niets af aan zijn kentekenaansprakelijkheid op grond van artikel 5 WAHV Pro.
Het hof oordeelt dat de eis tot het stellen van zekerheid niet in strijd is met het recht op toegang tot de rechter zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro. Betrokkene kan zich niet beroepen op financieel onvermogen, omdat daarvoor geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld of gebleken.
Gelet op deze overwegingen bevestigt het hof de beslissing van de kantonrechter en verklaart het beroep van betrokkene niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens het niet stellen van zekerheid voor betaling van de administratieve sanctie.