ECLI:NL:GHLEE:2002:AE3229

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
1 mei 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01-00569
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Huisman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:1 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken machtiging in bestuursrechtelijke zaak

In deze bestuursrechtelijke procedure heeft het Gerechtshof Leeuwarden het hoger beroep van een derde behandeld tegen een beslissing van de kantonrechter Utrecht. De kantonrechter had het beroep van de betrokkene tegen een administratieve sanctie van €27,23 niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep niet door de betrokkene of diens gemachtigde was ingesteld.

De derde stelde vervolgens hoger beroep in, maar weigerde een machtiging van de betrokkene te overleggen, ondanks herhaalde verzoeken van het hof. De advocaat-generaal diende een verweerschrift in en de derde kreeg de mogelijkheid om het beroep nader toe te lichten, maar maakte hier geen gebruik van.

Het hof oordeelde dat op grond van artikel 2:1, tweede lid, en artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een machtiging vereist is wanneer een ander dan de betrokkene hoger beroep instelt. Omdat de derde niet aan dit vereiste voldeed en het verzuim niet herstelde binnen de gestelde termijn, verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het hoger beroep van de derde is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging van de betrokkene.

Uitspraak

WAHV 01/00569
1 mei 2002
CJIB 32241427
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Utrecht
van 8 oktober 2001
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
[derde] heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 20 november 2001 heeft het hof [derde] verzocht een machtiging over te leggen.
Bij brief van 12 december 2001 heeft Frank Eigen aan het hof medegedeeld, dat hij geen machtiging van de betrokkene nodig heeft.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
[derde] is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Bij brief van 12 maart 2002 heeft de griffier van het hof [derde] nogmaals verzocht om een machtiging over te leggen. Hierop is niet gereageerd.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 60,- (Euro 27,23) opgelegd.
3.2. [derde] heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld.
3.3. De officier van justitie heeft [derde] verzocht een machtiging over te leggen. Aan dit verzoek is niet voldaan. Bij beslissing van 5 mei 2001 heeft de officier van justitie het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het beroep niet is ingesteld door de betrokkene of diens gemachtigde.
3.4. [derde] heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld.
3.5. Bij de bestreden beslissing is het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen zekerheid is gesteld.
3.6. [derde] heeft tegen deze beslissing hoger beroep ingesteld.
3.7. Indien een ander dan de betrokkene hoger beroep instelt, zal het hof overeenkomstig het bepaalde in art. 2:1, tweede lid, Awb van degene die het heeft ingesteld een schriftelijke machtiging kunnen verlangen. Wordt de gevraagde machtiging niet verstrekt, dan kan ingevolge het bepaalde in art. 6:6 Awb Pro het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener van het hoger beroep de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
3.8. De griffier van het hof heeft [derde] tweemaal verzocht om een machtiging over te leggen en hierbij erop gewezen dat, indien niet aan het verzoek wordt voldaan, het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
3.9. Nu niet aan het verzoek is voldaan, zal het hof [derde] niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart [derde] niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. Huisman, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.