ECLI:NL:GHLEE:2002:AE2526
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verzet tegen dwangbevel wegens termijnoverschrijding
De betrokkene stelde verzet in tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel dat op 9 september 1998 was betekend. De kantonrechter verklaarde het verzet niet-ontvankelijk omdat het verzetschrift niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van twee weken was ingediend.
Het hof beoordeelde of deze niet-ontvankelijkverklaring terecht was. Volgens artikel 26, derde lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) moet het verzetschrift binnen twee weken na betekening van het dwangbevel worden ingediend bij het kantongerecht in het rechtsgebied van de betrokkene. De betrokkene diende het verzetschrift pas op 20 september 2000 in, ruim na de termijn die op 23 september 1998 was verstreken.
De betrokkene voerde aan dat hij eerder bezwaar had gemaakt en dat hij geïnformeerd was door het CJIB dat hij alsnog verzet kon indienen. Het hof oordeelde dat deze informatie geen verlenging van de wettelijke termijn kon inhouden en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.
Daarom bevestigde het hof de beschikking van de kantonrechter dat het verzet niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet tijdig indienen van het verzetschrift.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het verzetschrift.