ECLI:NL:GHLEE:2002:AE2163
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Drion
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van bezwaar tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1995
Belanghebbende werd voor het jaar 1995 bij navordering aangeslagen voor de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. De inspecteur stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 21.257, welke aanslag later werd verlaagd tot ƒ 18.082. Belanghebbende diende bezwaar in tegen deze navorderingsaanslag, maar dit bezwaar werd door de inspecteur afgewezen.
Het geschil betrof met name de vraag of belanghebbende voldeed aan het urencriterium van 1225 uren voor toepassing van artikel 44m van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Daarnaast was in geschil of de inspecteur intern mocht compenseren tot een bedrag van ƒ 1.250 en de juistheid van een bijtelling ter zake van huur.
Het hof stelde vast dat de navorderingsaanslag was gedagtekend op 3 maart 2000 en dat het bezwaar van belanghebbende op 9 mei 2000 was ontvangen, wat ruim na de wettelijke termijn van zes weken viel. Belanghebbende had geen omstandigheden gesteld die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom werd het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur en verklaarde het beroep gegrond, waarbij belanghebbende alsnog niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn bezwaar. De inspecteur werd gelast het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend wegens gebrek aan specificatie en bewijs van gemaakte kosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de navorderingsaanslag is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.