ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1870
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Fransen
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt afwijzing aftrek levensonderhoud zoon in inkomstenbelasting 1999
Belanghebbende werd voor het jaar 1999 aangeslagen voor inkomstenbelasting met een belastbaar inkomen van f. 83.962,--. Hij had een aftrekpost opgevoerd van f. 8.100,-- voor de kosten van levensonderhoud van zijn zoon, die student was en geen recht had op studiefinanciering. De inspecteur wees deze aftrek af omdat de zoon voldoende eigen inkomsten had.
Belanghebbende voerde bezwaar aan, maar de inspecteur handhaafde de aanslag. Hiertegen kwam belanghebbende in beroep bij het Gerechtshof Leeuwarden. Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de zoon in 1999 netto-inkomsten had van f. 15.637,--, terwijl het studiebudget op f. 15.210,-- werd gesteld.
Het hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij zich redelijkerwijs gedrongen kon voelen om zijn zoon financieel te ondersteunen. De inkomsten van de zoon stonden de aftrek van de bijdragen in de weg. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de afwijzing van aftrek van kosten levensonderhoud van zijn zoon wordt ongegrond verklaard.