ECLI:NL:GHLEE:2002:AE0606

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
30 januari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01/00585
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
  • Huisman
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 72 WVW 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bestuurlijke sanctie wegens rijden zonder geldig keuringsbewijs

De betrokkene werd een administratieve sanctie van 180 gulden opgelegd wegens het rijden met een motorrijtuig waarvan het keuringsbewijs zijn geldigheid had verloren. De overtreding vond plaats op 24 maart 2000 in Amsterdam.

De betrokkene voerde aan dat de eigenaar van het voertuig aansprakelijk gesteld had moeten worden en beroept zich op een uitspraak van de Hoge Raad waarin werd gesteld dat administratieve boetes voor lichte verkeersovertredingen primair voor rekening van de kentekenhouder of werkgever komen. Het hof overwoog echter dat volgens artikel 72 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 zowel de eigenaar als de bestuurder aansprakelijk kunnen zijn.

Het hof stelde vast dat noch de wet, noch de wetsgeschiedenis aanwijzingen geeft dat eerst de eigenaar moet worden aangesproken voordat de bestuurder kan worden beboet. De bestuurder moet zich ervan vergewissen dat aan de voertuigverplichtingen is voldaan. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter dat de sanctie terecht aan de betrokkene is opgelegd.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van 180 gulden aan de bestuurder wegens rijden zonder geldig keuringsbewijs.

Uitspraak

WAHV 01/00585
30 januari 2002
CJIB 33484265
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Amsterdam
van 4 december 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking als bestuurder een administratieve sanctie van fl 180,- opgelegd ter zake van "voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren", welke gedraging zou zijn verricht op 24 maart 2000 op de Buitenveldertselaan in de plaats Amsterdam.
3.2. De betrokkene voert aan, dat de eigenaar van het motorvoertuig in het onderhavige geval aansprakelijk gehouden moet worden voor het niet voor handen hebben van een geldig keuringsbewijs nu de bestuurder is staandegehouden en vast te stellen was wie de eigenaar was. De strekking van art. 72 WVW Pro 1994 brengt immers mee, dat de eigenaar van het motorrijtuig primair aansprakelijk gesteld had moeten worden. Daarnaast beroept de betrokkene zich op een uitspraak van de Hoge Raad, die hij heeft aangehaald uit de Telegraaf van 5 januari 2001, waarin de Hoge Raad zou hebben bepaald, dat administratieve boetes voor betrekkelijk lichte verkeersovertredingen voor rekening komen van de kentekenhouder, de werkgever of de leasemaatschappij en niet door een werknemer hoeven te worden betaald.
3.3. Ingevolge het derde lid van art. 72 WVW Pro 1994 is de eigenaar of houder aansprakelijk indien het keuringsbewijs zijn geldigheid heeft verloren, alsmede de bestuurder indien met het motorrijtuig over de weg wordt gereden.
3.4. Noch in de tekst van de wet, noch in de wetsgeschiedenis zijn aanknopingspunten te vinden voor de stelling dat eerst getracht moet worden de eigenaar of houder te achterhalen, alvorens de bestuurder kan worden aangesproken. Blijkens de Memorie van Toelichting bij de wet van 15 december 1994, Stb. 919, (Kamerstukken II, 22030, nr. 3, blz. 113) mag van de bestuurder verwacht worden dat hij zich alvorens met een voertuig te gaan rijden, ervan vergewist dat aan de met betrekking tot het voertuig geldende verplichtingen is voldaan. In het onderhavige geval wordt met een motorrijtuig, waarvan het keuringsbewijs ontbreekt over de weg gereden, hetgeen meebrengt dat zowel de eigenaar als de bestuurder aansprakelijk gesteld kunnen worden. De administratieve sanctie is dan ook terecht aan de betrokkene als bestuurder opgelegd.
3.5. Het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, als voorzitter, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.