ECLI:NL:GHLEE:2002:AD9868
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.W. Drion
- M. Haarsma
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens onvoldoende betaalautomaten
Belanghebbende kreeg op 26 oktober 2000 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat bij het parkeren in de a-straat te L. niet op de juiste wijze betaald was. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag met het argument dat er onvoldoende betaalautomaten aanwezig waren, waardoor het niet redelijk was om aan de betalingsplicht te voldoen.
De directeur van de Dienst Informatie en Administratie van de gemeente Groningen verklaarde het bezwaar ongegrond. Belanghebbende ging vervolgens in beroep bij het gerechtshof Leeuwarden. Tijdens de mondelinge behandeling op 20 november 2001 was zowel belanghebbende als de gemachtigde van de directeur aanwezig.
Het hof oordeelde dat de afstand tot de dichtstbijzijnde parkeerautomaat en de tijd die nodig is om een kaartje te kopen niet afdoet aan de rechtsgeldigheid van de naheffingsaanslag. De feiten dat betaald parkeren van kracht was en dat belanghebbende zonder betaling parkeerde, stonden niet ter discussie. Daarom verklaarde het hof het beroep ongegrond.
Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd. De uitspraak werd op 1 maart 2002 in het openbaar gedaan door het gerechtshof Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.