ECLI:NL:GHLEE:2002:AD9005
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Drion
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar inkomstenbelasting 1994 bevestigd door Gerechtshof Leeuwarden
Belanghebbende werd voor het jaar 1994 in de inkomstenbelasting aangeslagen tot een bedrag van f. 10.728,-- op basis van zijn ingediende suppletieaangifte. De inspecteur stelde de aanslag vast op 1 augustus 1996. Belanghebbende diende zijn bezwaar te laat in, waarop de inspecteur hem niet-ontvankelijk verklaarde.
Belanghebbende betwistte deze niet-ontvankelijkverklaring en de aanslag zelf. Het hof oordeelde dat de termijn voor het indienen van bezwaar zes weken bedraagt en dat belanghebbende deze termijn niet heeft gehaald. Artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat verschoonbare termijnoverschrijding mogelijk maakt, was niet van toepassing omdat geen verschoonbare reden was gebleken.
Het hof benadrukte dat de aanslag was gebaseerd op de door belanghebbende zelf ingediende suppletieaangifte en dat het aan belanghebbende was om tijdig bezwaar te maken als hij het niet eens was met de aanslag. Contact met een inspecteur na oplegging van de aanslag deed hieraan niet af. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het hof ging niet inhoudelijk op de aanslag in.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar wordt ongegrond verklaard.