ECLI:NL:GHLEE:2002:AD8999
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.H.A. Fransen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzuimboete bij niet tijdig doen van belastingaangifte
De belanghebbende was het niet eens met de door de inspecteur opgelegde verzuimboete van ƒ 250 vanwege het niet tijdig indienen van de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 1999. De inspecteur had ook een boete opgelegd voor de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAZ), maar deze werd na bezwaar verminderd en niet verder bestreden.
De belanghebbende stelde dat de aangifte op tijd was verzonden en dat er sprake was van rechtsongelijkheid ten opzichte van zijn echtgenote. Het hof stelde vast dat het aangiftebiljet weliswaar was gedagtekend op 24 augustus 2000, maar pas op 30 augustus 2000 bij de inspecteur was aangekomen, na de uiterste inleverdatum van 25 augustus 2000. De verklaring van de belanghebbende over de verzenddatum werd niet geloofd.
Verder oordeelde het hof dat de inspecteur terecht uitging van een derde verzuim, ondanks dat in een eerdere aanslag een eerste verzuim was vermeld. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel werd verworpen. Gezien de ernst van het feit en eerdere verzuimen achtte het hof de boete passend en handhaafde deze. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verzuimboete van ƒ 250 wegens het niet tijdig indienen van de aangifte IB/PVV.